donderdag 16 december 2010

Verder

Ik heb nooit echt geweten hoe ver ik kon gaan. Nog nooit met iemand gespeeld die echt mijn grenzen opzocht. Qua pijn, qua uithoudingsvermogen. Qua onderdanigheid. Je test mijn grenzen, ik merk het iedere keer weer, en ik merk vooral dat de grenzen nu al opschuiven.
Als je begint te slaan weet ik dat ik het niet lang vol ga houden. Je slaat hard, overal. Draaien, ik wil niet te snel draaien, maar ik voel overal explosies van pijn. Nare zweep, op m’n buik en borsten en benen. Ik mag even zitten, even bijkomen. Opnieuw, en de enige manier om met de pijn om te gaan is mijn vingers in elkaar strengelen en zo hard mogelijk knijpen. Ik wil zo graag doorzetten maar ik kan bijna niet meer.
Het staan is zo moeilijk. Je zegt dat ik mag draaien als het te veel wordt, dan kies je een nieuw plekje uit. Gevecht in mijn hoofd – wanneer is het te veel?
Ik hoor je stem, je zegt wanneer ik moet draaien. Ik denk dat ik glimlach – het is zo’n opluchting om niet op te hoeven letten wanneer het te veel is, ik heb liever dat jij dat bepaalt. Nog even volhouden, nog één slag, en na deze nog één.
Als ik denk dat ik niet meer kan, vind ik toch de kracht om vol te houden. Slag na slag en streep na streep – ik voel ze nu nog op mijn billen en dijen.
Op de grond, op m’n knieën. Pijn, jezus, wat doe je me veel pijn. Ik wil niet opgeven, ik wil doorgaan. Liggen, bijkomen, opnieuw zitten. Volhouden, ik voel de tranen over m’n wangen lopen. Ik kan niet stil blijven, probeer mezelf moed in te praten.
Pijn, pijn maakt me hard en juist niet onderdanig. Het gaf altijd een andere state of mind dan onderdanig zijn – een state of mind waarin ik om kan gaan met pijn, een state of mind waarin ik de pijn weg kan drukken. Dit… dit was niet zo’n state of mind. Dit was vechten, vechten met iedere slag. Vechten voor jou. Niet masochistisch, maar onderdanig…
Ik weet dat je weg bent gelopen. Ik had een blinddoek om, en ik ben naar je toe gekropen. Ik heb altijd zo’n hekel gehad aan kruipen, maar nu is het niet erg en jouw warme handen voelen als ik bij je ben is heerlijk.
Je houdt me vast. Je drukt me tegen je aan en kust m'n haar.
Terug naar waar ik zat, zeg je. De blinddoek gaat weer om. Op mijn knieën. Ik zak voorover, mijn handen languit op de vloer. Ik voel me gebroken en zo heerlijk.
Als je dit blijft doen, ben ik nooit meer weg te slaan bij je.

zaterdag 11 december 2010

De 'rel' in 'relsub'

Ik ben nu zo'n 3 en een half jaar bezig met bdsm. De eerste Dom waar ik contact mee had doopte me tot 'relsub', en vrijwel iedere Dom waar ik daarna mee in contact kwam heeft het wel een keer tegen me gezegd. Al die tijd heb ik ook geloofd dat ik dat was, het zo ervaren.
Ik ben bijdehand, daag uit en jep, dan moet ik ook wel een vreselijk relkreng zijn. Contact na contact dat beloofde dat 'slechte gedrag' er wel uit te slaan. Te horen krijgen dat mijn ex niet meer met me wilde spelen, omdat hij liever een meisje had dat 'uit zichzelf diep onderdanig' was - niet een meisje als ik, dat het nodig heeft 'overwonnen' te worden.
Shame on me, bad girl!

Het is zo anders, nu. Ik heb een hele leuke vent ontmoet. Slim, scherp. Hij leest hier vast stiekem mee, dus voor minpuntjes kunnen jullie mailen ;)
Ik ben nogsteeds bijdehand. En ik daag ook wel een klein beetje uit. Zo ben ik nu eenmaal. Heel even hebben we het over relsubs gehad. Een lastig onderwerp. Hij zegt dat hij wel een klein beetje een relmeisje in mijn ogen ziet, soms, maar dat hij weet hoe hij haar eronder moet houden.

So far, so good. Hij moet het wel heel subtiel doen, want tot nu toe heb ik helemaal de behoefte niet om te rellen.
Het is duidelijk. Vanaf het moment dat ik binnen kom, en een knuffel krijg, en zijn handen in mijn haar voel, weet ik wat mijn plek is. Ik weet dat hij naar me luistert en dat ik mijn aandacht wel krijg. Als hij me uitdaagt bal ik mijn vuisten en steek ik mijn tong uit. Als hij zegt dat ik moet gaan staan, doe ik het. Het voelt goed, het geeft een soort rust van binnen. Zijn blik, zijn mond op de mijne, zijn handen op mijn keel - er is geen moment de behoefte om te vechten.
Bij hem kan ik alles loslaten.

Dat het zo simpel kan zijn he?